Biddag 2022

Biddag 2022
Kom je ook?

KINDERPREEK

"Bid maar, werk maar"

D.V. Biddag woensdag 9 maart 2022
Hervormde kerk Wâlterswâld
Aanvang 's middags 14.00 uur.
en ’s avonds om 19. 30 uur.

Voorganger: ds. K.H.Bogerd


Ook de allerkleinsten en de grote mensen zijn welkom!



 
 
Gebedssamenkomst

Gebedssamenkomst
Komt u en kom jij ook?  
GEBEDSSAMENKOMST
    ‘Voor (wereld)vrede en noodhulp in Oekraïne’            
          D.V. woensdag 23 maart
Hervormde kerk
Wâlterswâld
Voorgangers:
ds. J.A. Mol & ds. K.H. Bogerd
Vrijwilligers:
Heerco en Hermine Eisma vertellen over hun inzamelingsactie voor stichting GAIN.

Aanvang 19.30 uur
Collecte voor noodhulp aan Oekraïne en na afloop kofje!
 
 
Preektocht, opening en werkcollege 23 maart 2022 Preektocht, opening en werkcollege 23 maart 2022
Preektocht, opening en werkcollege.

Onder leiding van ds. K.H. Bogerd uit Wâlterswâld is op 23 maart een zogenaamde preektocht gehouden langs verschillende kerken in Damwoude.Mederwerking werd verleend door  Evan Bogerd voor de muzikale begeleiding op het orgel en Prof. Dr. Marten van Willigen) U kunt het geheel terugluisteren en zien via onderstaande link:
https://dashboard.dienstmeekijken.nl/cgk-damwoude/2328
 
Artikel over Pesten Artikel over Pesten

Wij pesten wel
Elke keer worden we in de publiciteit geconfronteerd met het probleem dat kinderen het slachtoffer zijn van pesten. Dit thema houdt mij al lange tijd zodanig bezig, dat ik in de pen kruip om op de oorzaak van het probleem van pesten in te gaan. De oorzaak van het feit dat kinderen elkaar pesten is -naar mijn gedachten- gelegen in het feit dat zij onwetend zijn opgevoed in een levensgevoel, waarin het onder de grote mensen blijkbaar geoorloofd is om elkaar te pesten. Zo zelfs, dat het voor kan komen, dat er getolereerd gepest wordt in gezinnen, in lerarenkamers, in kerkenraden, in christelijke gemeenten, op de werkvloer en zelfs door leerkrachten in de klas.
Het probleem is mijns inziens hierin gelegen dat we ten diepste niet op de hoogte blijken te zijn van wat het woord ‘pesten’ als containerwoord inhoudt. Ik licht er in dit artikel maar een enkel element uit.

Etiket

Pesten heeft betrekking op iets wat in de verbale of non-verbale communicatie in een groep(je) structureel, dus herhaaldelijk of voortdurend plaatsvindt. Zowel door degene, die pest, als ook zeker niet minder door degenen, die wetend of onwetend het pesten in de groep tolereert. Ik schreef dat ik er één element zou uitlichten. Hier komt het. Pesten voltrekt zich/vangt aan wanneer men iemand kleineert. Elke kleinerende opmerking, elke kleinerende blik, wanneer die in de groep structureel plaatsvindt, ontvangt het etiket ‘pesten’.
Degene die kleinerende opmerkingen of kleinerende gebaren of blikken te verduren krijgt, voelt zich gepest. Omdat hij of zij zich daardoor niet voelt gewaardeerd, maar juist gekleineerd. Niet alleen door gedegene die hem of haar pest, maar des te meer door degenen, die erbij zijn en het kleineren tolereren. Buiten de groep is er altijd wel iemand die naar de gepeste toegaat om hem of haar zijn steun te bewijzen, maar dit is des te pijnlijker voor degene die gepest wordt. Waarom? Omdat degene die je dat onder vier ogen komt vertellen, niet het lef heeft om in de groep (het openbaar) het kleinerende gedrag te duiden en de pester of pesters terecht te wijzen. Elk kleinerend woord, blik of gebaar, wat zich regelmatig in een groep herhaalt, krijgt door de gepeste het etiket van gepest worden, omdat de ontvanger van het pestgedrag zich niet gewaardeerd voelt, maar juist vernederd.

Stuurmanskunst

Kortom, grote mensen hebben tegen Gods Woord in dit pestgedrag mogelijk allang in hun grote mensenwereld getolereerd, omdat men ten diepste niet voldoende weet, wat pesten nu eigenlijk precies inhoudt. Pas als wij als voorgangers, ouders, leerkrachten, jeugdleiding, collega’s, etc. beseffen dat wij ook wel pesten (kleineren), wekt dat een waakzaam perspectief op, om het kleineren te kunnen duiden en dat onmiddellijk in het openbaar te benoemen en zo dergelijk gedrag openlijk de kop in te drukken, om zo onmiddellijk te voorkomen, dat dit kleinerend incidenteel gedrag verwordt tot (structureel) pesten. Dat lijkt mij de beste stuurmanskunst in de omgang met elkaar.

Bouwvakker

Ik noem ter concretisering een voorbeeld van een jonge bouwvakker in de bouwkeet. Hij had enorm last van jeugdpuisten op zijn gezicht. Wanneer hij in de keet bad voor zijn eten, kreeg hij regelmatig te horen: ‘Bidt je nu al weer dat je puisten weggaan?’ En iedereen zweeg…..
Volgens mij hoeft niemand, oud of jong, snel bang te zijn, om als pester zomaar in het openbaar van iemand uit de groep, vanwege zijn of haar pestgedrag, een berisping te krijgen. Helaas. We houden in groepsverband, gemakkelijk onze mond. Zwijgen we wanneer we spreken moeten, dan worden we door het pestgedrag van de ander te tolereren, zelf een mede pester voor onze gepeste naaste. Dat maakt het voor de gepeste, alleen nog maar pijnlijker.

Zesde gebod

Het diepste probleem hierbij is dat we dan Gods Wet (6e Gebod, Zondag 40 H.C.) willens en wetens overtreden. Ik denk hierbij aan het spreken van de HEERE in Leviticus 19 vers 17 ‘Gij zult uw broeder in uw hart niet haten (door van hem of haar weg te kijken, wanneer hij of zij gekleineerd wordt); gij zult uw naaste (de pester) naarstiglijk (in het openbaar) berispen en zult de zonde in hem niet verdragen.’

Ds. K.H. Bogerd (Wâlterswâld)

 
 
Samenkomen in de kerk tijdens corona Samenkomen in de kerk tijdens corona
Samenkomen in de kerk in een tijd van corona?

Bij alles wat er op dit moment speelt rond de coronamaatregelen, blijken er kerken over te gaan op digitale bijeenkomsten. Zonder de ernst van de ziekte zelf te willen ontkennen, wil ik graag de volgende vraag kerk breed en land breed neerleggen voor een ieder die op welke wijze dan ook betrokken is bij de eredienst. Hetzij als ambtsdrager of als bezoekers van de kerkdiensten.

Mijn vraag luidt: Wat doen we met het gebed van Salomo in 2 Kronieken 6 vers 12 tot 42 en met het gebed van Josafat in 2 Kronieken 20 vers 7 tot en met 9? In het eerstgenoemde gedeelte komt aan de orde dat men in de tempel als het huis van God samenkomt in tijden van honger, oorlog, pest en diverse plagen om de Naam van de HEERE aan te roepen en te vragen om vergeving, zowel voor de priesters alsook voor het volk. Ik citeer van 2 Kronieken 6 de verzen 24 tot en met vers 31 (SV): ‘Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zich bekeren en Uw Naam belijden en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen,25 Hoor Gij dan uit den hemel en vergeef de zonden van Uw volk Israël, en breng hen weder in het land dat Gij hun en hun vaderen gegeven hebt.26 Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zij in deze plaats bidden en Uw Naam belijden en van hun zonde zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben,27 Hoor Gij dan in den hemel en vergeef de zonde Uwer knechten en van Uw volk Israël, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg, in denwelken zij wandelen zullen, en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt.28 Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren of honingdauw, sprinkhanen en kevers wezen zullen, als iemand van zijn vijanden in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plaag of enige krankheid wezen zal;29 Alle gebed, alle smeking, die van enig mens of van al Uw volk Israël geschieden zal, als zij erkennen eenieder zijn plaag en zijn smart, en eenieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal,30 Hoor Gij dan uit den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van de kinderen der mensen;31 Opdat zij U vrezen, om te wandelen in Uw wegen, al de dagen die zij leven zullen op het land dat Gij onzen vaderen gegeven hebt.’

Als ik vervolgens de teksten uit 2 Kronieken 20 vers 7 tot en met vers 9 citeer, staat er het volgende over het gebed van Josafat geschreven: 7 ‘Hebt Gij niet, onze God, de inwoners dezes lands van voor het aangezicht van Uw volk Israël verdreven, en dat aan het zaad van Abraham, Uw liefhebber, tot in eeuwigheid gegeven? 8 Zij nu hebben daarin gewoond, en zij hebben U daarin een heiligdom gebouwd voor Uw Naam, zeggende: 9 Indien over ons enig kwaad komt, het zwaard des oordeels of pestilentie of honger, wij zullen voor dit huis en voor Uw aangezicht staan, dewijl Uw Naam in dit huis is; en wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en Gij zult verhoren en verlossen.’
Ik laat vervolgens nogmaals de vraag horen die ik in het begin van mijn artikel liet klinken: Wat doen we met bovengenoemde Schriftgedeelten, wanneer wij in deze coronatijd als kerken overgaan in digitale bijeenkomsten?

De vraag in het verlengde hiervan luidt: Wanneer we als gezonde mensen uit angst voor coronabesmetting uit de kerk wegblijven wat doen we dan met het gebed van Salomo in 2 Kronieken 6 vers 12 tot 42 en met het gebed van Josafat in 2 Kronieken 20 vers 7 tot en met 9?

Ds. K.H. Bogerd Wouterswoude