Vervolgverhaal
De gevonden schat
“O, ik zou koffie gaan zetten. Je kunt toch zien, dat ik oud word of ben. Lust jij wel koffie of heb je liever melk? Chocolademelk heb ik ook wel.” “Ik lust wel koffie”, zegt Jef. “Dan zal ik het even klaarmaken.” Janse loopt naar het keukentje. “Och toch”, zegt hij. “Ik vind het toch zo fijn, dat je gekomen bent.” Ik ga vast nog eens, denkt Jef, maar hij zegt het niet. Wat je belooft moet je doen en hij heeft het altijd druk.
Het huis van de oude mevrouw.
Zaterdag gaan Marcel en hij verder met schilderen. Je kunt nu al zien, dat het opgeknapt is. Als hij er voorbij komt, moet hij altijd kijken en… dan geniet hij ervan. Vooral omdat de oude mevrouw er vast blij om is. Dat is zo’n best mens. Die is ook zo vaak alleen, maar die heeft Marie nog. Eigenlijk moesten die oude mensen allemaal bij elkaar gaan wonen, peinst hij. Dan moest er iemand voor hen zorgen. Hij zou ook wel mee willen helpen. Rare, dat hij is. Maar goed, dat Janse niet weet wat hij denkt. Die zou vast niet graag uit dit huisje gaan en de oude dame niet graag uit haar huis. Maar toch… Het lijkt hem akelig om altijd zo alleen te wonen. Stel je voor, dat zijn vader alleen zou wonen? Jef schrikt van die gedachte. Zou hij dan… ? Hij bijt op zijn lip. Misschien ging hij dan weer drinken. Vader houdt veel van moeder, maar als die… Laat hem toch ophouden met dat gepieker. Hij lijkt wel niet goed, maar opeens moet hij eraan denken. Hij kan er ook niets aan doen
“Zo. daar is de koffie. Ik hoop, dat hij goed is.” “Dat zal wel.” “Vertel jij nu eens wat van jezelf. Als je wilt, hoor”, zegt Janse. Jef vertelt wat over school en over Marcel. Janse merkt wel, dat hij een beetje verlegen is, daarom vraagt hij niets. Hij had gehoopt, dat Jeffie vertellen zou hoe hij in de kerk terecht gekomen is. Maar dat doet hij niet en … Janse vraagt er niet naar. Dat komt misschien nog wel een keer. Hij is veel te blij dat de jongen hem eens opzoekt. “Wil je nog een kopje, Jef?” vraagt hij een tijdje later. “Als het niet te lastig is.” “Nee hoor. Gezellig, zo met z’n beiden. Je moet nog maar eens komen, als je in hebt.” Jef knikt. Hij is het vast van plan. Ht is zo’n vriendelijke oude man.
Om negen uur gaat hij naar huis. Janse kijkt hem voor het raam na. Als Jef aan het eind van de straat omkijkt, ziet hij nog een wuivende hand. “Ik ga er gauw weer heen”, zegt Jef tegen zijn moeder. “Hij was heel erg blij met de vis die u meegegeven had. “Zie je wel. Je moet altijd maar naar je moeder luisteren, Jeffie”, antwoordt moeder.
“Zo, we gaan weer aan de slag”, zegt Jef. “Wat moet ik doen?” vraagt Marcel. Alle luiken moeten geschilderd worden. Begin jij daar maar.” Marcel pakt de bus en loopt er wiebelend mee weg. “Kijk uit, joh. Straks valt het er uit.” “Dat zal wel meevallen, baas. Zal ik maar met het linker luik beginnen?” “Best.” Er wordt ijverig geschilderd. Jef kijkt eens om de hoek. Moet je Marcel zien werken. Keurig doet hij het. Echt fijn, dat hij hem wil helpen, anders kwam hij nooit klaar. Nou ja, nooit is wel erg lang, maar het is een heel groot werk. Hè, wat knapt dat luik mooi op. Jef gaat een stap achteruit staan. Hij kijkt met zijn hoofd schuin naar het resultaat. Nou, dat mag er zijn. Dat luik is af. Nu het volgende. Jef heeft echt plezier in zijn werk en Marcel ook. Hij staat heel schel een deuntje te fluiten. Dat zal Marie wel niet fijn vinden, maar Jef zegt er niets van. Als Marcel nijdig is, vertrekt hij zo. Het tweede luik wordt ook mooi. Nu is het raam klaar. Als het allemaal zo gaat, is het snel gebeurd. Het is ook heerlijk weer. De verf kan goed drogen.
“Mijn raam is af, baas”, roept Marcel. “Het mijne ook”, roept Jef terug. Hij loopt naar Marcel toe. “Wat wordt het mooi, hè?” “Zijn jullie al klaar”, klinkt opeens een stem. “De dame komt controleren”, zegt Marcel nijdig. Nu zullen we het krijgen, denkt Jef. Laat Marie alsjeblieft haar mond dichthouden. “We stonden even te kijken of het netjes werd”, zegt Jef. o”, zegt Marie alleen maar. Als dat niet mag, dan ga ik wel hoor dame. Dan kunt u de centjes houden” zegt Marcel boos. Jef schudt ongemerkt tegen Marie, dat ze niets moet zeggen. Gelukkig doet ze dat ook niet. Wat een brutaal jong, denkt ze alleen maar. Ik snap niet, dat mevrouw hem op het erf wil hebben. Maar mevrouw kijkt verder dan Marie. Ze heeft de nodige mensenkennis en heeft allang gezien, dat Marcel helemaal geen brutaal joch is. Zij mag Marcel wel. Marie en de jongens hebben niet gehoord, dat de deur zacht opengegaan is. Mevrouw heeft alles gehoord. Ze zegt niets. “Zo, ik kom eens even kijken, of het netjes wordt”, zegt ze alleen maar. Ze bekijkt eerst het luik van Marcel. “Dat is vakwerk, mijn jongen”, zegt ze tegen Marcel. Kijk hem nu eens vriendelijk kijken. Ziet Marie dat niet? denkt Jef. “Nu jouw raam, Jef ”, zegt mevrouw. “Ook keurig. Ik ben heel tevreden over mijn knechten.” “Jef is de baas, hoor, mevrouw”, zegt Marcel. “Ik ben de knecht.” “O juist, ja. Nou, het is goed, hoor! Jullie hebben het weer ook mee.” “Ja fijn, hè, mevrouw? Niet te warm voor de verf, maar net goed.” “Ja, Jef, want anders krijg je allemaal lelijke plekken als de zon te fel schijnt.”
Marie is naar binnen gegaan. Marcel heeft haar nijdig nagegekeken. Als het niet voor de oude mevrouw was, ging hij meteen weg. Wat denkt dat mens wel! “Laat ze de boom invliegen”, bromt hij opeens hardop. “Wat zeg je nu toch, Marcel?” vraagt mevrouw verbaasd. “O, ik, eh… ik dacht alleen maar wat. Dat mens …, die hulp doet altijd zo misselijk. Net of wij…, net of wij schooiers zijn. Jeffie stond even bij mij te kijken. We hadden keihard gewerkt en toen… en toen zei ze: zijn jullie al klaar?” Dat vind ik gemeen, mevrouw.” Mevrouw kijkt Marcel vriendelijk aan. “Jullie hebben hard gewerkt, hoor”, zegt ze en aait Marcel over zijn rode stekeltjeskuif. “Ik ga weer verder”, zegt Marcel zacht. Wat een lief mens is dat.
Nee, hij gaat niet weg. Laat die kattekop in de keuken maar. Hij werkt voor de oude mevrouwen… hard ook!
Om tien uur roept Marie voor de koffie. “Laat ze hem maar houden”, bromt Marcel. Toch gaat hij met Jef naar binnen. Ze moeten weer in de kamer komen. Marie heeft op iedere stoel een oude handdoek gelegd. “Jullie zullen wel zin in koffie hebben”, zegt mevrouw. “Nou en of ”, antwoordt Marcel. “Ja, mevrouw”, zegt Jef. “Kies hier maar een koek uit”, zegt mevrouw. Ze mogen een grote koek van het schaaltje pakken. Net als de vorige keer. Marcel pakt er weer één met kokos en Jef met een noot erop. “Hou jij zo van kokos?”, vraagt mevrouw. “Ja, heel erg”. “Dan heb ik straks wat voor jou”, belooft mevrouw. Marcel is benieuwd wat het zal zijn. Heerlijk smaakt de koek. Jef geniet ook met kleine happen van zijn koek. Anders is hij zo snel op, dat zou jammer zijn. “We schieten goed op”, zegt Jef. “Fijn, m’n jongen. Gaan jullie vanmiddag nog een tijdje schilderen of wil je dan liever vrij zijn?”
Jef kijkt Marcel aan. “Wat zullen we doen?”, vraagt hij. “Tot drie uur”, zegt Marcel. “Dan kunnen we nog een paar uur vissen.” “Vorige week hebben we tot vier uur gewerkt. Vond je dat te lang?” “Niet te lang, maar ik wil graag even een paar visjes pakken.” “Goed dan. Dat wil ik ook graag, als mevrouw het tenminste goed vindt.” “Natuurlijk. Ik kan zelfs begrijpen, dat jullie vanmiddag helemaal vrij willen zijn. Dat mag ook, hoor, Jef.” “Dat hoeft niet. We komen tot drie uur. De knecht en ik.” “Fijn! Wacht, ik zal nog een kopje koffie laten brengen.” Mooi eigenlijk om zo bediend te worden, denkt Jef, hij gunt het de oude mevrouw graag. Marie is voor haar gelukkig heel goed, dat merkt hij wel.
Hoe zou het met Janse zijn? Daar gaat hij ook gauw weer heen. Zal hij Marcel een keer meenemen? Dat vindt Janse misschien wel gezellig. “Je koffie, Jef ”, zegt Marie. “Dank u wel.” Hij zat zo te denken, dat hij het niet zag. “Zo, het smaakte goed. We gaan weer verder. Bedankt voor de koffie”, zegt Jef even later. “Ja, bedankt”, zegt Marcel ook. “Je moet vanmiddag even hierkomen, Marcel. Je krijgt nog wat van me”, zegt de oude mevrouw. “Hier? In de kamer?” “Ja. Om drie uur hoop ik hier te zijn. Niet vergeten, hoor! Jef komt wel met je mee”, zegt ze vriendelijk. Ze merkt wel, dat Marcel het anders een beetje raar vindt. Ze schilderen tot de torenklok twaalf uur slaat. Dan brengen ze de verfspullen in de schuur en gaan thuis eten. “Tot straks”, zegt Jef. “Ja, tot één uur.”
Het ruikt goed in de keuken. Marcaroni ruikt Jef. Dat lust hij graag. “Speciaal voor de schilder klaargemaakt, Jeffie”, zegt moeder. “Ga maar even in de leunstoel zitten. Je zult wel moe zijn.” “Een beetje wel”, zegt Jef eerlijk. “Maar we hebben koffie met een lekkere koek gehad en toen hebben we even uitgerust.” “Ja, die oude dame zal wel goed voor jullie zorgen. Het is een best mens. Ik ken haar al jaren, van toen haar man nog leefde. Dat was ook een beste vent, hoor. Altijd heel gewoon. Niks geen verwaandigheid.” “Marcel was weer nijdig op Marie”, vertelt Jef. “Hoe kwam dat?” “Ze kwam kijken toen we even stonden te praten over de luiken. Toen zei ze: zijn jullie al klaar?” “Marcel was me toch nijdig. Dat kon je wel zien.” Hij moet niet zo driftig zijn. Zo, het eten is klaar. Roep jij je vader even. Hij s aan het werk in de schuur.
” We kunnen wel van school gaan”, zegt Marcel tegen Jef. Hoezo? ” We hebben steeds ander werk. Nu moet je weer bij die oude man gaan werken.” “Ja. Ga je mee?” “Ik niet. Ik heb niks geen zin.” “Doe niet zo flauw, joh.” “Nee, ik vind het niks geen aardige man. Die oude Janse lijkt me wel aardig als ik er jouw over hoor vertellen, maar deze…” “Je mag niet over andere mensen praten.” “Ik zeg toch niks.” “Nou…, je zei daarnet: ik vind het niks geen aardige man. Zou je graag willen dat hij het hoorde?” “Voor mijn part.” “Ga je nu mee? Toe, joh!” “Nou, even dan.”
Bij mijnheer De Vries, aan het andere eind van het dorp, moet Jef de rozen gaan verzorgen. Ze moeten water en kunstmest hebben. De oude man is een liefhebber van tuinieren, maar hij kan het vanwege zijn hoge leeftijd zelf niet meer. Daarom moet Jef dat doen. “Heeft-ie de bijen nog?” vraagt Marcel, als ze erheen fietsen. “Jazeker. Het zijn beste.” “Dat komt, omdat we ze van de winter altijd suikerwater hebben gegeven”, zegt MarceI. “Krijg je wel eens wat honing?” Hé, Jef doet net of hij niks hoort. Dus dat zal wel niet. Marcel vindt het heel flauw van de man. Jef zorgt altijd zo goed. Hij kan hem best wat honing geven. Het is stil bij het huis, als ze er aankomen. “Doe een beetje zacht. Ze liggen misschien nog wel te slapen”, zegt Jef. “‘s Nachts moetje slapen”, bromt MarceI. “Jij bent nog geen tachtig”, zegt Jef. Voorzichtig duwt hij het kleine witte tuinhek open. Marcel laat het met een klap dichtvallen.
Wordt vervolgd…